Groenplus Nieuwsbulletin 4

November 2020

Dunnen van bosplantsoen

U heeft waarschijnlijk in meerdere kernen van de gemeente Moerdijk al opgemerkt dat wij weer gestart zijn met het dunnen van diverse bosplantsoenen. Dit dunnen is een wijze van groenbeheer, waarbij wij de natuur de ruimte geven. Bij een juist beheer, kan bosplantsoen samen met de kruidenlaag uitgroeien tot een natuurlijke omgeving, waarin veel plant- en diersoorten zich thuis voelen.

Dunnen is iets anders als snoeien. We snoeien om de vorm, groei en bloei van laanbomen en sierplantsoen te bevorderen. Bij het dunnen zagen we in de bosplantsoenen een boom of struik zo dicht mogelijk bij de grond af, om zo de bomen en struiken die wel blijven staan meer ruimte te geven.

Dit dunnen valt meteen op, want nadien zien de bosplantsoenen er vaak wat ‘kaal’ uit. Maar dat is dus niet voor niks, want juist die ‘kale plekken’ bevorderen nieuw leven. Zouden we de beplanting gewoon door laten groeien, en niet dunnen, dan groeien de bomen en struiken uiteindelijk door onderlinge concurrentie allemaal omhoog naar het licht. Hierdoor zouden we iel en dun worden en de onderste takken en struiken midden in het plantenvak sterven af, doordat ze én geen licht krijgen én geen ruimte. Door goed te dunnen, voorkomen we dit.

In een bosplantsoen staan voornamelijk inheemse bomen en struiken, zoals eik, iep, esdoorn, hazelaar, kornoelje, meidoorn, vuilboom, gelderse roos, vlier en kardinaalmuts. Deze grove beplanting leent zich voor een natuurlijke ontwikkeling, en met het dunnen stimuleren we dat. Door voldoende ruimte te maken, ontstaat er net als aan de rand van een bos, een bomen-, struiken- en kruidenlaag. Ook zorgt dunnen ervoor dat er meer licht op de bodem komt. Op sommige plaatsen maken we ook bewust inhammen door her en der een struik weg te zagen. Deze inhammen zorgen voor de luwte en beschutting waar kruidachtige planten zich van nature goed ontwikkelen.

Daarnaast is de kruidenlaag essentieel in een bosplantsoen. Door te snoeien maken we ruimte voor inheemse kruidenmengsels, zoals witte dovenetel, dagkoekoeksblom, stinkende gouwe, brunel, look-zonder-look, fluitekruid en sint-janskruid, en bevorderen dus deze kruidenlaag. Bij voldoende licht en ruimte breiden zij zich vanzelf uit, dus ook voor deze kruidachtige planten is het belangrijk dat er gedund én gesnoeid wordt.

Voordat we aan de slag gaan bepalen we natuurlijk altijd nauwkeurig hoe en wat we gaan dunnen in de bosplantsoenen. Hierbij zijn kwaliteit van de beplanting, het gewenste eindbeeld en de variatie qua beplanting doorslaggevend. Bij variatie kan het gaan om soorten, de bloei van beplanting, groenblijvend, besdragend en (herfst)kleuren. Zodra we dit goed in kaart hebben, gaan we beginnen met dunnen, waarbij de beplanting rondom de te behouden boom of struik wordt weggezaagd. Op deze manier geven wij die boom of struik weer voldoende ruimte om tot een volwaardige boom of struik uit te groeien. Een bosplantsoenvak wordt gemiddeld één keer per 3 á 4 jaar gedund.

Het hout dat achterblijft na het dunnen wordt op milieuvriendelijke wijze weer gebruikt. In de brede bosplantsoenen maken we van de takken houtrillen. Hierbij worden takken stevig in elkaar gevlochten in lange hopen. Deze houtrillen bieden veel dieren beschutting. Wanneer het door ruimtegebrek niet mogelijk is om houtrillen aan te leggen, voeren we de takken af. Deze gaan naar de bio-energie centrale voor het opwekken van milieuvriendelijke energie.

Een prettige bijkomstigheid van het dunnen voor de inwoners van de gemeente Moerdijk, is dat het dunnen van bosplantsoenen een gunstige invloed heeft op de sociale veiligheid. Na het dunnen is er namelijk vaak weer goed zicht langs wandel-, fiets- en achterpaden.